"Ik vond mezelf een rotslechte moeder"

Ik piekerde over alles, in de eerste plaats over mezelf, maar ook over mijn relatie en mijn omgeving. Het voelde alsof ik van binnen leeg en verkrampt was.

Ik dacht dat ik gek zou worden als mijn zoon begon te huilen. Vaak zat ik ook gewoon met hem mee te huilen. Ik kon niets meer in perspectief plaatsen, ‘alles’ leek zwart en slecht. Soms hoorde ik hem zelfs huilen terwijl hij gewoon lag te slapen.

Ik vond mezelf een rotslechte moeder en vroeg me af of ik niet beter kinderloos was gebleven.

Ik kon niet meer slapen ’s nachts door alle piekergedachten die door mijn hoofd bleven malen en raakte zo helemaal uitgeput. Overdag gunde mijn zoon mij geen moment rust en als hij dan toch even sliep, was ik zo opgedraaid dat ik zelf niet meer rustig werd.

Ik voelde niets voor mijn zoontje. Ik wist ook niet goed wat ik moest voelen en twijfelde aan mijn moederrol. Ik verzorgde hem wel, maar volledig op automatische piloot.

Ik wou graag mijn oude leven terug, ik wou dat ik de baby gewoon terug in mijn buik kon steken.

Naar de buitenwereld toe bleef ik dapper glimlachen, maar van binnen ging ik kapot. Je probeert de schijn hoog te houden ‘dat het wel gaat’ maar je vraagt je af wat ze in godsnaam bedoelen met ‘geniet van je baby’.

Ik zag niets meer zitten, ik wou liever niet meer buiten komen, ik had nergens zin in.

Ik herkende mezelf niet meer, dacht dat ik compleet gek was geworden. Ik had heel zwarte gedachten en werd bang van mezelf.

De structuur en de regelmaat op de afdeling brachten onmiddellijk een soort rust over me. De gesprekken met andere mama’s deden me deugd, de herkenning was welkom, ook al viel het mij in het begin zwaar om samen met hen te moeten leven. De zorg over mijn zoontje delen met de kinderverzorgsters was heel dubbel: enerzijds was ik ontzettend opgelucht om hem eens aan iemand anders te kunnen toevertrouwen, anderzijds moet je leren om ‘een vreemde’ te vertrouwen.

De verschillende vormen van therapie heb ik met beide handen aangegrepen. Hoe meer, hoe liever. Al was het maar om niet met mijn gedachten alleen te moeten zijn.

Gestimuleerd worden om even buiten te gaan wandelen, om met je kindje op de mat te spelen of om even een boodschapje te doen, … het deed me goed. Het duwtje in de rug om de gewone dagdagelijkse activiteiten op te nemen, samen met je kindje, en dan ook te merken dat het lukt, dat je het kan.

Een echte eye-opener waren de momenten waarop ik met mijn kindje activiteiten voor de spiegel deed of waarop we gefilmd werden. De interactie tussen mij en mijn zoon - waarvan ik dacht dat ze onbestaande was - kunnen ‘zien’ was zeer helpend in mijn genezingsproces.

En de tijd loslaten. Jezelf geen deadlines of genezingsdatum opleggen. Vallen en weten dat je terug zult opstaan. Dat besef is cruciaal geweest.

CentrumMoederEnBaby