tel. 09 210 69 69   •   info@pccaritas.be

Poliklinisch aanbod

Schematherapie

Wat is schematherapie?

Schematherapie is een integratieve behandeling met wortels in de cognitieve gedragstherapie en onderzoek naar ontwikkelingspsychologie. Zij werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young voor mensen die geen baat bleken te hebben bij de klassieke cognitieve gedragstherapie, in het bijzonder voor mensen met een persoonlijkheidsproblematiek. Meestal werd reeds eerder de diagnose persoonlijkheidsstoornis gesteld.

Een persoonlijkheidsstoornis is een langdurig bestaand patroon van denken, voelen en gedrag dat leidt tot hevige negatieve gevoelens en problemen. Mensen die lijden aan een persoonlijkheidsstoornis hebben meestal al heel lang problemen op vele gebieden in hun leven. Deze problemen komen vaak heel duidelijks tot uiting in (intieme) relaties met andere mensen. De relaties zijn vaak heel wisselend: van afwijzend naar opeisend naar onderdanig en afhankelijk. De stemming is vaak zeer wisselend en op het ene moment worden gevoelens zeer intens ervaren, op een ander moment lijkt het gevoel volledig afwezig. Veelal slagen mensen met een persoonlijkheidsstoornis er niet in om hun talenten te ontwikkelen. Het lukt hen vaak ook niet om op eigen kracht oplossingen te bedenken voor problemen. Er worden vaak allerhande strategieën gezocht om te ontsnappen aan de verwarrende emoties, zoals bv zelfverwonding en middelengebruik.

Jeffrey Young merkte op dat de klassieke cognitieve gedragstherapie onvoldoende toereikend was om verandering te brengen in deze langdurig bestaande patronen van functioneren. Het viel hem op dat veel van zijn cliënten telkens opnieuw in dezelfde valkuilen terecht kwamen, ook al wisten ze rationeel dat het niet helpend was wat ze deden. Er waren bv mensen die steeds weer relaties aangingen waarin zij onderdanig waren. Anderen slaagden er telkens opnieuw niet in om zelf beslissingen te nemen. Nog anderen legden steeds opnieuw voor zichzelf de lat veel te hoog…

Binnen de schematherapie wordt ervan uit gegaan dat deze patronen (of schema’s) in de kinder- en jeugdjaren zijn ontstaan. Wanneer normale, gezonde ontwikkelingsbehoeften (veilige hechting, autonomie, uiting van emoties en behoeftes, spontaniteit, grenzen) in de kindertijd niet gehonoreerd worden, ontstaan onaangepaste schema’s. Dit zijn psychologische constructen over zichzelf, de wereld en de ander. Deze schema’s ontstaan in de interactie tussen het kind (met zijn aangeboren temperament) en de omgeving waarbinnen niet voldaan werd aan de basisbehoeften. In de kindertijd waren deze schema’s gepast, ze hielpen het kind overleven in een negatieve situatie. Op volwassen leeftijd zijn ze disfunctioneel en beperkend. Schema’s zijn echter erg sterk en vaak niet bewust. Young heeft achttien dergelijke schema’s beschreven.

Wanneer meerdere schema’s actief zijn, kan een intense toestand ontstaan waarin emoties, cognities en gedrag tegelijkertijd sterk aanwezig zijn. Dit wordt een “modus” genoemd. Een modus is een toestand die terug te voeren is naar intense ervaringen of indrukken die je als kind gekend hebt en die verankerd zijn geraakt in je persoonlijkheid. Een voorbeeld hiervan is de boodschap van een bestraffende ouder die geïnternaliseerd werd en op bepaalde momenten in de beleving massaal op de voorgrond kan treden.

In tegenstelling tot de klassieke cognitieve gedragstherapie, ligt de focus binnen schematherapie op het niveau van deze levenslange patronen. Het doel reikt verder dan het uitdagen van niet helpende gedachten of het leren van vaardigheden. Het gaat om het veranderen van de disfunctionele schema’s en ertoe komen dat er op een goede manier voldaan wordt aan de onderliggende basisbehoeften buiten de setting van de therapie. Concreet stelt de schematherapie zich tot doel het verminderen van de intensiteit van die onaangepaste schema’s, die leiden tot over of onder aanwezig zijn van emoties en gedrag.

 

Poliklinisch aanbod

Psycho-educatie

1u/week gedurende 7 weken - Maximum 15 deelnemers

Tijdens de psycho-educatie wordt uitgelegd wat schema’s zijn, hoe deze ontstaan en hoe deze ontwikkelen in de loop van de jaren. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de basisbehoeften en de mogelijke gevolgen van het niet vervuld zijn van deze behoeften. De achttien schema’s die door Young zijn beschreven komen achtereenvolgens aan bod, alsook de verschillende manieren waarop hiermee wordt omgegaan (of coping stijlen): schemabevestiging, schemavermijding en schemacompensatie. De deelnemers krijgen handvaten aangereikt om inzicht te verwerven in hun eigen schema’s, en dit o.a. aan de hand van een vragenlijst. Bovendien worden de deelnemers uitgenodigd om bij zichzelf na te gaan op welke manier zij doorgaans met hun schema’s omgaan.

In het tweede deel wordt het concept “modus” geïntroduceerd als “toestanden” (soms zeer kortdurend en/of heftig), waarin meestal verschillende schema’s tegelijkertijd geactiveerd zijn. Er wordt stilgestaan bij de link met heftige ervaringen/indrukken uit de kindertijd, hoe deze geïnternaliseerd werden en hoe deze in het hier en nu massaal kunnen overheersen. Ook hier krijgen de deelnemers de mogelijkheid om aan de hand van een vragenlijst een zicht te krijgen op hun meest voorkomende modi.

De focus tijdens deze 6 sessies ligt in de eerste plaats op informatieverstrekking en verwerving van inzicht.

Schemagerichte groepstherapie

1,5u/week gedurende 1 jaar - Maximum 8 deelnemers

De schemagerichte groepstherapie staat open voor mensen die actief aan de slag willen gaan met hun schema’s en modi. Binnen deze groep is er zowel aandacht voor psycho-educatie, de persoon, de interactie tussen de deelnemers en het groepsproces. De twee therapeuten nemen hierin de rol van actieve leider.

Het doel van de therapie is:

a) het gezonde stuk in jezelf sterker maken,

b) de straffende en veeleisende kant van jezelf vervangen door genuanceerde waarden en normen,

c) leren omgaan met heftige emoties, zonder in paniek- of woede-uitbarstingen te komen,

d) dankzij het bovenstaande minder de noodzaak voelen om je af te sluiten  of andere strategieën te gebruiken om aan vervelende gevoelens te ontsnappen.

Er wordt gebruik gemaakt van cognitief, ervaringsgericht en gedragsveranderend werk. De groep op zich en de relatie met de therapeuten maken actief deel uit van het veranderingsproces:

1)      Cognitieve technieken

In cognitieve therapie wordt gekeken naar gedachten over jezelf, de anderen en de wereld. In schema’s zijn deze vervormd door de ervaringen in je jeugd en de rest van je leven. Er worden bewijzen voor en tegen deze ideeën gezocht zodat deze meer genuanceerd kunnen zijn.

2)      Gedragstechnieken

Het is ook belangrijk dat je anders leert handelen. Bij deze technieken leer je ander gedrag uitproberen, zowel binnen de therapie als erbuiten.

3)      Ervaringsgerichte technieken

Hierin kan je ervaren dat het uiten van behoeftes en emoties normaal is. De oefeningen kunnen zich richten op situaties uit het verleden. Er kan gevraagd worden naar wat je toen nodig had. Je kan dit leren uiten (in fantasie) en zo een halt toeroepen aan de ervaren slechte behandeling.

4)      De relatie met de therapeut en overige groepsleden

In de groep krijg je ondersteuning en begrip. Het is een plek waarin je kan leren en kan krijgen wat je in je jeugd niet geleerd en gekregen hebt. Hierdoor kan het vertrouwen in anderen groeien. Dit vertrouwen is vaak verstoord geweest in je jeugd.

“Limited reparenting” of “herouderen binnen duidelijke  grenzen” is het hart van de therapie. Het gaat - zoals een “goede ouder” zou doen -  zowel over zorgen voor en bevestiging van de cliënt  als over empathische confrontatie met niet helpend gedrag. Het is het tegemoetkomen aan die basisbehoeften van de cliënt waaraan niet tegemoet gekomen werd in de kindertijd, en dit binnen professionele grenzen.

Onderzoek wijst uit dat schematherapie in groep betere resultaten geeft dan andere therapieën (inclusief Dialectische Gedragstherapie, Transference Focused Psychotherapie, Mentalisation Based Therapie,  Cognitieve Therapie, Arntz, 2010 in Farrell en Shaw 2012) alsook vergeleken met individuele schematherapie. Factoren waarvan gedacht wordt dat ze bijdragen tot de resultaten zijn o.a. : wederzijdse ondersteuning, bevestiging door de groepsleden en de relaties tussen de groepsleden, de mogelijkheid om binnen veiligheid te experimenteren met het uiten van emoties en nieuw gedrag, wederkerige hechting die helend kan zijn voor onveilige hechting, empathische confrontatie die groepsleden elkaar geven.

Voorwaarden tot deelname aan deze groep:

-          De volledige psycho-educatie gevolgd hebben

-          De schema- en modi-vragenlijst ingevuld hebben

-          Een intakegesprek met de twee therapeuten, waarin samen bekeken wordt of je hiervoor al dan niet in aanmerking komt.

Bronnen:

Farrell & Shaw, Group Schema Therapy for Borderline Personality Disorder. A Step-by-Step Treatment Manual with Patient Workbook, Wiley-Blackwell, 2012

Farrell et al, A schema-focused approach to group psychotherapy for outpatients with borderline personality disorder: A randomized controlled trial; Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry (2009).

Muste et al (2009), Werkboek Klinische Schematherapie. Bohn Stafleu van Loghum.

Psychologie magazine, december 2012

Van Genderen & Arntz (2010), Schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis. Nieuwezijds.

Young & Klosko & Weishaar (2005), schemagerichte therapie, handboek voor therapeuten. Bohn Stafleu van Loghum.

25-uurs cursus Schematherapie in groepen voor borderline persoonlijkheidsstoornis, Van Genderen, Eindhoven, 2011